Nepvolgers op Twitter zijn miljoenenhandel

0
358

twitter-bird-white-on-blueEr gaan minstens tientallen miljoenen euro’s om in de verkoop van nepvolgers op Twitter.

Dat vertellen twee Italiaanse beveiligingsonderzoekers aan de New York Times.

Andrea Stroppa en Carlo De Micheli schatten dat er tussen de 40 en 360 miljoen dollar omgaat in de handel van nepaccounts.

Zijn onderzochten de afgelopen maanden verschillende diensten die volgers verkopen, voor gemiddeld 18 dollar per 1000 nieuwe volgers. Voor nepvolgers die actiever zijn – en dus lijken op echte mensen – wordt meer geld betaald.

Ook retweets zijn te koop. Een account kan elke dag vijf tweets retweeten voor een prijs van 9 dollar per maand, zo ontdekten de onderzoekers.

Automatisch

De nepaccounts worden aan meerdere mensen als volger verkocht. Kopers vinden dat over het algemeen prettig, omdat mensen die veel accounts volgen echter overkomen, zo meldt de New York Times.

Ook bestaat er software om nepaccounts automatisch aan te maken. “Sommige nepaccounts zien er nog beter uit dan echte”, zegt De Micheli.

Beveiliging

Omdat er geen echt e-mailadres hoeft te worden gebruikt bij het aanmaken van een Twitteraccount, is dit bovendien erg makkelijk. Eén verkoper zegt 100.000 nepaccounts in vijf dagen te kunnen maken.

“Een kind zou de beveiliging van Twitter nog kunnen omzeilen”, aldus de handelaar. Een nepaccount op Twitter is veel makkelijker aan te maken dan een nep Facebookaccount, zo zeggen de onderzoekers.

Identiteit

Jim Prosser, een woordvoerder van Twitter, reageert daarop door te zeggen dat het een bewuste keuze is om het aanmaken van een account makkelijk te maken. “Twitter en Facebook hebben andere concepten van identiteit.”

“Facebook bindt mensen aan één account. Op Twitter kunnen mensen meerdere accounts hebben. We hebben een andere filosofie”, aldus Prosser.

Volgens de zegsman is het bovendien moeilijk om nepaccounts te herkennen, omdat 40 procent van de echte Twitter gebruikers nooit een bericht plaatst. “Het is een moeilijk probleem.”

Bron nu.nl